de liefde, die is verdacht…. in de kerk!

n.a.v.  1 Korinthe 13:4-7

De liefde is verdacht in onze tijd – zo begon ik de eerdere preek uit 1 Korinthe 13. De liefde is verdacht in deze wereld.

Maar nu nog erger. Wat als je moet zeggen: de liefde, die is verdacht…. in de kerk!

Dat was wat er in de gemeente van Korinthe aan de hand is. Dat men druk was met van alles, maar dat ene uit het oog was verloren: de liefde.
Wat dat woord betekent. Hoe dat woord het geheim is van een kerk, vanaf de eerste dag. Want uit liefde heeft God daar in Korinthe een gemeente voor Zich verzameld, en uit liefde heeft Jezus zijn leven gegeven om deze mensen als heilig aan God te presenteren, als Zijn kinderen. Daar ging het over in de eerdere preek over dit hoofdstuk.
Paulus die fel werd, want Paulus preekte toch een evangelie, daar en toen op het marktplein en waar ook in de stad, waarin de liefde van God die mensen uit de slavernij van de afgoden tot de adoptie van kinderen van God.

Maar hoe ziet de liefde er dan uit?

Hoe uit zich dat, wat is dan de ‘ideale’ gemeente.
Daar wil ik nu op in gaan. Vorige keer meer algemeen, vers 8, ‘de liefde vergaat nooit’, nu vers 4 en verder, hoe Paulus dat concreet maakt.

En nu; omdat er zoveel misstanden in die gemeente zijn, zie je dat Paulus vooral ook schrijft wat de liefde dus niet is! Vers 4b en verder:

  • de liefde is niet jaloers,
  • de liefde pronkt niet,
  • zij doet niet gewichtig,
  • [5] zij handelt niet ongepast,
  • zij zoekt niet haar eigen belang,
  • zij wordt niet verbitterd,
  • zij denkt geen kwaad,
  • [6] zij verblijdt zich niet over de ongerechtigheid, maar verheugt zich over de waarheid.

Ja, les over de liefde – als correctie – dat wat het dus niet is!
Ja, die eerste zijn precies voor die gemeente: dat jaloerse, dat pronken, dat gewichtig doen.

In vers 6 wordt het dan breder: je niet over de ongerechtigheid verblijden, maar, positief: je verheugen over de waarheid.

Dat is breder, en ook een ander onderwerp dan egoïsme, trots, enzovoorts. Meer algemeen: je niet verblijden over de ongerechtigheid, maar je verheugen in de waarheid. Gewoon: wanneer je het nieuws kijkt, enzo.

Maar toch hangt het een samen met het ander.
Waar er in je leven geen ruimte is om de ander echt te zien (vers 4 en 5), verdwijnt op een gegeven moment ook het kunnen zien van de waarheid, en wat nou het goede is.
Als alles alleen nog maar mijn belang wordt, verdwijnt ook het geloof in het goede. En de vreugde over het goede! Er blijft niets anders over dan een kale belangenstrijd, tot in de kerk, en ach: wat is dan nog waarheid? En waarover zou je je verheugen in de ander?

Dan ben je ver afgedreven van dat machtige kennen van de liefde, en wat overblijft is afgunst en wantrouwen. En je weet zelfs niet eens meer wat waarheid is.
Tot in de kerk! En men heeft het niet eens door gehad, daar in Korinthe. Het is Paulus die een ingrijpende wake-up-call moet doen. ‘Hallo gemeente, wat gebeurt hier?!’

Als je zo deze woorden leest… wat ben je dan eenzaam in je eigen wereld, niet in verbinding met de ander. Niet samen je verheugen in het geloof, maar hoog opgetrokken muren om je eigen ik. Uit angst, of uit trots.

Maar wat is dan liefde?
Nu, kijk maar, Paulus begint die opsomming van wat nu liefde is, met eerst twee positieve woorden:

  • [4] De liefde is geduldig,
  • zij is vriendelijk,
  • de liefde is niet jaloers,
  • de liefde pronkt niet,
  • zij doet niet gewichtig,(…)

Ja, die negatieve, dat is hoe het in de gemeente gaat, maar daar staat dus tegenover… dat liefde geduldig is, en vriendelijk. Dat is het eerste wat Paulus noemt, dat is het medicijn tegen het gif van jaloezie, pronken, gewichtig doen.

Opvallend is: dat zijn grote dingen of prestaties. Het valt eigenlijk niet op. Geduld hebben, vriendelijk zijn. Tegenover het opgeblazene in die gemeente staat nu het bescheiden geduld en vriendelijkheid.
Dat begrijp je alleen als je weet wat het is om jezelf weer kleiner te maken, zodat er ruimte komt om de ander te zien.
Dat leer je bij het kruis. Daar word je zelf heel klein.
Maar dat heeft dan ook effect op hoe je vanaf dan naar anderen kijkt.

In de gemeente zijn we allen verschillend,

en dat geeft vanuit de oude mens direct aanleiding om te willen heersen over de ander. In heel die diversiteit in de gemeente is er een stemmetje in ons die dat negatief ziet, en afkeurend op de ander neerkijkt. En zo wil je jezelf overeind houden, handhaven, en je niet inlaten met het anders-zijn van de ander.

Maar: de liefde is geduldig. Dat betekent: de liefde gelooft dat God met die ander ook een weg gaat, een weg van liefde, heb ik daar wel oog voor?
Ik ben geroepen, niet om de ander te oordelen, maar om die ander te dienen. Zoals ook Jezus gekomen is, niet om over zondaren te heersen, maar om hen te dienen. Hoe onbeduidend en klein dat ook lijkt, dat is de liefde. Die heerst niet over de ander, maar heeft geduld.

Ja, ik zie in de ander dat hij of zij niet volmaakt is. Wij mensen zijn niet volmaakt, en ik zie dat heel scherp in de ander.
Maar: de liefde heeft geduld. Zo onvolmaakt als de ander is, ben ik dat zelf net zo. En God heeft geduld met mij; eindeloos geduld. Zal ik dan geen geduld hebben met de ander?

In de gelijkenis van de verloren zoon is daar die vader. Hij staat dag in dag uit op de uitkijk. Wat een geduld. Maar dat is de liefde. Die gaat niet prat op eigen gelijk, maar heeft geduld. Die gelooft in de liefde… uiteindelijk omdat God liefde is. En dat de liefde zal overwinnen.

Heb je niet in je eigen leven ontdekt dat de dragende kracht van je leven Gods geduld, Gods liefde is?
Al sinds de zondeval, al sinds wij buiten het paradijs zijn is Gods omgaan met ons mensen gedragen door geduld.
‘Traag tot toorn’, zegt de Bijbel dan.
En als God geen geduld had, was je nooit tot geloof gekomen. Was je nooit ook zelf als verloren zoon of verloren dochter thuis gekomen bij de Vader.

  • Zoiets is dan ook uitgedrukt in vers 7:
  • [7] zij bedekt alle dingen,
  • zij gelooft alle dingen,
  • zij hoopt alle dingen,
  • zij verdraagt alle dingen.

Dat betekent: hoe ik mij soms ook kan ergeren aan de ander, hoe de ander in de gemeente ook kan tegenvallen… door die pijn heen wil ik blijven kijken naar de ander zoals ook Jezus naar de ander kijkt: met liefde, met bewogenheid, vriendelijk. Ja, hoeveel pijn dat ook doet.

Hoe kan je je dan toch weer als een schelp toesluiten voor de ander? Dat klinkt eerder als de broer van de verloren zoon. Die meet af; die is afgunstig. Met betrekking tot zijn broer – die toch al het geld er door gejaagd heeft! – met betrekking tot die broer bedekt hij niet alle dingen, gelooft hij niet alle dingen, verdraagt hij niet alle dingen.
Maar: dan ben je geen gelovige. Want: zo is die zoon zelfs afgunstig op zijn vader.

Dus nee, vers 7: Paulus bedoelt dat niet soft. In de zin van: met de mantel der liefde alles maar bedekken; Nee, dat is uiteindelijk gewoon onverschillig tegenover die ander staan. Doe maar wat jij wilt, ik vind alles wel best.
Nee, Paulus kan in deze brief ook juist heel fel reageren tegen gemeenteleden die zondigen. Die ‘zich verblijden over de ongerechtigheid’, vers 6!
Nee, dan kan Paulus ook fel zijn. Maar toch: nooit schrijft Paulus iemand af. En dan oefent Paulus ook zichzelf: blijf de ander liefhebben, heb geduld, heb geloof en hoop, en kijk nooit op een ander neer. Dan moet de vader die op de uitkijk staat ons voorbeeld zijn, en niet die broer.
Hoeveel pijn en verdriet die vader daarom ook heeft. Zo is de liefde niet soft, maar juist een krachtige daad van geloof, om zo te kiezen voor de pijn van het geduld.

En ja, ook in vers 7 valt dan weer op: de liefde zit niet in grote, opvallende dingen, maar: eerder bescheiden.
De liefde is niet iets van een prestatie dat ik dan doe… het is eerder het milde resultaat van een leven dicht bij God. Er is geen stappenplan voor in de zin van ‘zeven stappen naar de liefde’, en dan de resultaten afvinken… Want al is de liefde heel actief, ze is niet activistisch. En al is de liefde dan heel creatief, ze laat zich niet voorschrijven. Het is eenvoudig het gevolg van een leven dicht bij Jezus, door de Heilige Geest.

Juist bij Jezus ontdek je: dan is de liefde niet verdacht, maar juist het meest zekere in deze wereld, dat zó stabiel bij God en Zijn heerschappij hoort, dat het iets van de eeuwigheid in het nu is.

Als liefde dan verdacht is, tot in de kerk…

ik denk aan de scheuring die zich aan het voltrekken is, in ons kerkverband. Wat is dan liefde?
Nu, dan durf ik in ieder geval te zeggen: de liefde is niet wantrouwig.
Zoals Paulus ook zegt wat liefde niet is, zo durf ik dat in ieder geval voor ons kerkverband ook te zeggen: de liefde is niet wantrouwig. Dat als eerste. In ons kerkverband is er wantrouwen over en weer tussen hen die voor en hen die tegen de openstelling van vrouwen in het ambt zijn; en rond een ruimere opstelling rond homoseksualiteit.
Maar ik durf te stellen: ‘de liefde is niet wantrouwig’.

Ik geloof dat dat zonde is in ons kerkverband. Dat er over en weer wantrouwen is naar elkaar; naar de motieven waarom iemand dit of dat standpunt heeft.
En dus wordt er vervolgens niet echt naar elkaar geluisterd. Wordt de ander ten diepste dus niet serieus genomen.
Iemand wordt bij voorbaat, vanwege een standpunt, niet serieus genomen. En zo is er gezondigd op de classis, op de Generale Synode… en moeten we ook eerlijk zijn naar onszelf. Wantrouw ik de ander bij voorbaat, vanwege een standpunt? Misschien veel moderner of veel behoudender dan ik – maar wat als God daar door heen mij iets wil leren over mijn eigen standpunt? Dat misschien wel wil bijstellen? Want wie ben ik?

Wat is het dan al een kunst – en een daad van liefde! – om echt te luisteren naar elkaar!

Er is al zoveel polarisatie in de wereld. Komt die geest dan ook in de kerk, en worden daar dan ook twee partijen tegen elkaar uitgespeeld?
Misschien zou Paulus in een brief aan de Christelijke Gereformeerde kerken ook wel precies hoofdstuk 13 invoegen.
Niet om alles met de mantel der liefde te bedekken, maar om ons aan de grondhouding van het geloof te herinneren: de liefde.
En laat er dan vervolgens samen Gods Woord onderzocht worden; wat waarheid is. Want de liefde vindt vreugde in de waarheid. Maar vanuit een basis van liefde.

Ja; liefde is niet: wantrouwen.
Dat woord triggerde me in de krant, toen ik de kop van een column las, die luidde: ‘Bij wantrouwen is er altijd Mr. Frank Visser’.
Bij wantrouwen in de maatschappij… dan is er altijd nog Frank Visser – die man van het televisieprogramma de Rijdende Rechter.

Het was een column waarin de wijsheid van deze rechter werd geprezen, nu hij een hoog oplopende burenruzie klein had gekregen. Twee buren hadden ruzie over een tuinhuisje, en in grote woede wensten de buren elkaar dood.
Hoe werkt dan de liefde?
Nu, Frank had hen weten te kalmeren, en weten te overtuigen: dat ze kalm aan moesten doen tegen elkaar, en ‘in vrede moesten leven, ieder aan de eigen kant van zijn schutting’. En zo geschiedde.

Dat raakte me. Ja; in vrede leven, ‘ieder aan de eigen kant van zijn schutting’.

Dat raakte me, want ik moest gelijk denken aan de schutting waar Paulus het over heeft in Efeze 2. De schutting tussen Jood en heiden. Maar, staat daar, Christus is onze vrede, die de scheidsmuur (de schutting) heeft weggehaald!

Kijk; de naam van Jezus komt in 1 Korinthe 13 niet voor, maar dat is wel het geheim bij Paulus: Jezus haalt onze schuttingen weg.
Waar het in de samenleving het hoogst haalbare is: ieder in vrede achter zijn eigen schutting, betekent Gods vrederijk: geen schuttingen meer.
Want nu weet ik: de buurman, aan de andere kant van de schutting: is net als ik: een hulpeloze zondaar met lege handen, die Jezus nodig heeft. Die Gods verlossing nodig heeft. Net als ik. Zo leer ik anders kijken naar mensen, en zo valt de schutting weg. De Vader staat op de uitkijk… naar mij en naar de buurman. Zo is echt verzoening mogelijk. In vrede leven, zonder schutting. In ieder geval in de kerk.

Op catechisatie hadden we een gesprek over hoe gevoelig man-vrouw-verhoudingen in de samenleving liggen. En het kwam ter sprake, dat ook al zijn in onze maatschappij dan alle rechten van mannen en vrouwen gelijk getrokken, en al zou er geen enkele discriminatie meer zijn… dat er dan nog steeds geen verzoening is tussen man en vrouw. Tegenover mannen-overheersing heeft het feminisme nu de vrouw sterk gemaakt… en ze staan nu even sterk… maar nog steeds tegenover elkaar. Er staat ten diepste nog een schutting tussen! Niet verzoend! En alles wat je zegt ligt gevoelig – naar beide kanten.

Wat een boodschap hebben wij dan voor de wereld: Mannen, vrouwen, homo, hetro, buitenlander, Nederlander, buurman: waar bij ons haat is, is er bij God liefde. God is liefde.

Heere, zo bidden wij: leer ons leven in de liefde.

Schenk o, liefdevolle Vader, liefde in ons midden neer,
dat w’ als één gezin tezamen ons verenen rond U, Heer.

Amen